x 
Winkelwagen - € 0,00

  • Winkelwagen is leeg
Ondersteuning bij borstvoeding

de schaduwzijde van oxytocine; D-MER

Dit infobulletin wordt uitgegeven door de Twentse Werkgroep Borstvoeding en is bedoeld voor alle zorgverleners die te maken hebben met borstvoeding. 

OXYTOCINE, D-TSR; DE SCHADUWZIJDE….

Als een vrouw borstvoeding geeft, staat haar lichaam onder invloed van allerlei hormonen. Eén van de hormonen die een belangrijke rol speelt in het borstvoedingsproces is oxytocine. Dit hormoon kent vele positieve werkingen. Toch kent het ook een schaduwzijde. In bepaalde gevallen heeft het door de wisselwerking met dopamine tot gevolg dat borstvoedende moeders een sterke dysforie waarnemen, een treurige stemming met intens heftige emoties. Moeders ervaren deze gevoelens ongeveer 30 -90 seconden voor de melk begint te stromen. Het verschijnsel heeft sinds begin 2008 een naam: D-MER, dysphoric milk ejection reflex. In het Nederlands is dat D-TSR: dysforische toeschietreflex.
Er zijn op dit gebied nog geen publicaties van wetenschappelijk onderzoek beschikbaar, maar er is een aanzet gedaan om de verschijnselen in kaart te brengen. In deze nieuwsbrief kunt u er meer over lezen.

 

Oxytocine
Oxytocine is bij borstvoeding bekend als dé factor voor het toeschieten van de melk. Het zorgt voor het toeschieten van de melk uit de borst en is daarmee een onmisbare factor in het voedingsproces.
Oxytocine is een uitzonderlijke stof, want het is niet alleen een hormoon, maar ook een neurotransmitter. Dat betekent dat het een zeer krachtige uitwerking in het lichaam kan hebben: als een hormoon ook als neurotransmitter functioneert, gaat de werking extra snel. Hormonen moeten eerst nog een zekere 'afstand' afleggen, maar neurotransmitters hebben een instant-effect.

 

Dopamine, prolactine en oxytocine
Hormonen regelen allerlei lichamelijke processen en werken via positieve en negatieve terugkoppeling op elkaar in. De hoeveelheid en de werking van de stoffen die worden afgegeven moeten met elkaar in balans zijn. Ontbreken van dat evenwicht kan ernstige klachten geven. Ook in het borstvoedingsproces is die balans nodig. Wanneer er een toeschietreflex optreedt (door oxytocine) geeft dit een onmiddellijke daling van het dopamine niveau in het bloed. Deze daling is nodig om het melkmakende hormoon prolactine zijn werk te laten doen.

Dopamine (net als oxytocine zowel hormoon als neurotransmitter) speelt een grote rol bij het ervaren van genot, blijdschap en welzijn. Wanneer het niveau van dopamine te sterk of te snel daalt, voelt een mens zich ellendig en maken zich allerlei sombere emoties meester van de persoon in kwestie. Wanneer een borstvoedende moeder te maken krijgt met deze te sterke daling van dopamine, dan noemen we dit D-TSR, dysforische toeschietreflex.

 

Gradaties in intensiteit van D-TSR
De klachten als gevolg van D-TSR kunnen sterk variëren. Het gaat dan om gevoelens van: angst, treurigheid, verontrusting, naar binnen gekeerd zijn, nervositeit, schrikkerigheid, bezorgdheid, emotionele onrust, irritatie, gevoel van hopeloosheid, een raar gevoel in de maag en algemene negatieve gevoelens. Deze gevoelens kunnen mild zijn, maar ook zeer intens en heftig.

Uitspraken van moeders met D-TSR zijn :” ik voel me extreem verdrietig en te neer geslagen, een halve minuut later is dat gevoel weg tot de volgende toeschietreflex optreedt”.

“Het is angst die mijn hoofd overspoelt, schuldgevoel dat me overweldigt, het gevoel dat ik de enige ben die het overkomt”.

“Het varieerde bij mij van milde irritatie tot gevoelens van intense woede en angst”.

 

Deze piek van negatieve gevoelens ervaart de moeder vlak voor het toeschieten van de melk. Als de melk eenmaal goed stroomt en de baby drinkt, verdwijnen deze gevoelens langzaam weer. De emoties zijn van korte duur en moeders handelen er zelden naar.

Bij sommige moeders verdwijnen de klachten nadat ze er een paar maanden last van hebben gehad. Andere moeders houden gedurende de gehele borstvoedingsperiode klachten.

 

D-TSR of PPD?
D-TSR is een wezenlijk ander verschijnsel dan een postpartum-depressie (PPD). Voor moeders met D-TSR is de dysforie specifiek verbonden met de momenten net voor een toeschietreflex. Moeders met PPD voelen zich niet alleen vlak voor het toeschieten of het voeden diep ongelukkig, maar de hele dag door. Het zijn de overweldigende, negatieve emoties net vóór het toeschieten, die kenmerkend zijn voor D-TSR. Bij D-TSR worden deze emoties veroorzaakt door een fysiologisch probleem (te laag dopamine-niveau) en niet door psychologische klachten. Omdat de verschijnselen sterk lijken op wat een moeder met een PPD kan ervaren, zijn er waarschijnlijk ten onrechte diagnoses van PPD gesteld, terwijl er sprake was van D-TSR. Beide verschijnselen kunnen overigens wel samengaan, wat het beeld natuurlijk gecompliceerder maakt.

 

Déjà vu
Door de effecten van de toeschietreflex kunnen er herinneringen bovenkomen aan gebeurtenissen die eerder in het leven tot dopaminedalingen leidden. Daardoor kan het lijken alsof het die herinneringen zelf zijn die de nare gevoelens veroorzaken, terwijl er in feite sprake is van een fysiologisch proces en niet van een psychologische oorzaak. Voor moeders en zorgverleners kan het erg moeilijk zijn om die verschillende dingen uit elkaar te houden en de moeder kan tot de conclusie komen dat borstvoeding haar diep ongelukkig maakt. Als een moeder niet goed merkt wanneer ze een toeschietreflex heeft, is het nóg lastiger om de klachten te koppelen aan de verstoorde dopaminewerking in het lichaam. Dit alles kan ertoe leiden dat een moeder besluit om het voeden (voortijdig) af te bouwen. De dysforie van D-TSR maakt dan soms plaats voor verdriet om de verloren gegane borstvoedingservaring.

 

Behandeling
Voor moeders met een milde tot matige D-TSR zal informatievoorziening heel waardevol zijn. Veel vrouwen kunnen beter met hun klachten omgaan als ze weten dat er een lichamelijke oorzaak is en geen emotioneel probleem. Het bijhouden van een logboek kan helpen inzicht te krijgen in wat mogelijk verergering of verbetering van de klachten geeft (voldoende lichaamsbeweging, cafeïnegebruik, stress). Een volle borst kan veelvuldige toeschietreflexen veroorzaken. Het lijkt daarom zinvol om te zorgen voor een goed afgestemde melkproductie, zodat er niet onnodig veel tussentijdse toeschietreflexen zijn.

 

Moeders met meer ernstige vormen van D-TSR kunnen wellicht baat hebben bij het gebruik van medicijnen. Tot dusverre is gebleken dat behandelingen die het dopamine gehalte bij moeders verhogen, de klachten van D-TSR effectief bestrijden.
Middelen die het dopamine-niveau verhogen (dopamine-agonisten) en middelen die het verlagen van de spiegels tegengaan (dopamine reuptake-inhibitors), kunnen daarom nuttig zijn. SSRI- antidepressiva lijken geen (positief of negatief) effect te hebben op D-TSR klachten.

Meer specifieke informatie over de behandeling van D-TSR vindt u op www.d-mer.org.

De pagina's waar de behandelingen worden besproken, dragen allerlei mogelijkheden aan, zowel van medicijnen op recept, als van natuurlijke middelen en veranderingen in het dagelijkse leefpatroon.

 

Tot slot
D-TSR is niet nieuw, maar tot voor kort was er weinig over bekend. De kennis over en de behandeling van D-TSR staan nog in de kinderschoenen. De informatie in dit artikel, is net als de informatie op de website www.d-mer.org een weergave van de zeer beperkte inzichten die er op dit moment, anno 2010, zijn. Het is vooralsnog niet wetenschappelijk onderbouwd.

 

Meer informatie is te vinden op de website www.d-mer.org en op www.borstvoeding.com waar een artikel en diverse hand-outs te lezen zijn.
 

Leontine Uijthof, lactatiekundige IBCLC
november 2010

 

Met toestemming gebruikte bronnen:
©Kenniscentrum Borstvoeding
©A.Heise & D.Wiessinger vertaling door M.Vanderveen-Kolkena IBCLC

 

Afdrukken E-mail